antenne

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Korte-golfantenne Moosbrunn, Oostenrijk
De antenne van een insect

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·ten·ne
enkelvoud meervoud
naamwoord antenne antennes
verkleinwoord antennetje antennetjes

Zelfstandig naamwoord

antenne v/m

  1. (natuurkunde), (elektronica) een vrij opgestelde elektrische geleider voor het uitzenden en/of ontvangen van elektromagnetische straling in het radiofrequente gedeelte van het elektromagnetische spectrum
    De geleider van de antenne kan worden gecombineerd met directoren en/of een reflector om een richtwerking te verkrijgen.
  2. (dierkunde) een voelspriet bij verschillende dieren/insecten
  3. (visserij) het staafje van de dobber van een vislijn
Synoniemen
Hyponiemen
  • [1]
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • ergens een antenne voor hebben
ergens zeer gevoelig voor zijn
Vertalingen

Meer informatie