aanraken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·ra·ken
Werkwoord
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanraken |
raakte aan |
aangeraakt |
| zwak -t | volledig | |
aanraken
- fysiek contact maken met.
- Ik heb dat niet aangeraakt.
Vertalingen
1.
|
|