aanraken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ra·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanraken
raakte aan
aangeraakt
zwak -t volledig

Werkwoord

aanraken

  1. (overgankelijk) fysiek contact maken met iets
    Ik heb dat niet aangeraakt.
Verwante begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen