voeler
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- voe·ler
Woordherkomst en -opbouw
Van het werkwoord “voelen”
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | voeler | voelers |
| verkleinwoord | voelertje | voelertjes |
Zelfstandig naamwoord
voeler m
- iets of iemand die voelt
- (techniek) een metalen strookje met een geijkte dikte, waarmee een kleine afstand kan worden getest
- Controleer welke voeler niet meer tussen de elektroden van de bougie past.
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. voeler