lezer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- le·zer
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | lezer | lezers |
| verkleinwoord | lezertje | lezertjes |
Zelfstandig naamwoord
lezer m
- iemand die (een bepaald geschrift) leest
- De schrijver neemt de lezer mee op zijn avontuurlijke tocht door de Amazone.
Verwante begrippen
- lezeres (vrouwelijke vorm), nieuwslezer