lijst
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- lijst
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | lijst | lijsten |
| verkleinwoord | lijstje | lijstjes |
Zelfstandig naamwoord
- een opsomming van zaken die onder elkaar staan
- Ik heb die belangrijke lijst thuis laten liggen.
- een rand in een speciale vorm om iets in te vatten, zoals een schilderij
- Kijk toch eens naar die mooie lijst om dat portret.
- een kader of omtrek
- Op die afbeelding hebben alle afbeeldingen een lijst.
- een vooruitspringende rand aan een gebouw
- De lijst van die gevel is niet erg mooi.
Vertalingen
2. een rand in een speciale vorm om iets in te vatten, zoals een schilderij
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.