status

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sta·tus
enkelvoud meervoud
naamwoord status statussen
verkleinwoord statusje statusjes

Zelfstandig naamwoord

status m

  1. (medisch) stand, toestand, dossier over patiënt in ziekenhuis
  2. aanzien in de maatschappij
  3. toestand met bepaalde rechtsgevolgen
Vertalingen