spoor

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spoor
enkelvoud meervoud
naamwoord spoor sporen
verkleinwoord spoortje spoortjes

Zelfstandig naamwoord

spoor o

  1. twee met elkaar verbonden ijzeren staven waarover een trein rijdt.
  2. (biologie), (plantkunde) spore.
  3. afdruk
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie


Engels

Uitspraak
  • IPA:
    • (RP): /spʊə/
    • (GenAm): /spʊɹ/
enkelvoud meervoud
spoor spoors

Zelfstandig naamwoord

  1. spoor (afdruk).
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen