afdruk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·druk
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | afdruk | afdrukken |
| verkleinwoord | afdrukje | afdrukjes |
Zelfstandig naamwoord
afdruk m
- resultaat van het afdrukken
- De afdruk was erg mooi geworden.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. resultaat van het afdrukken
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| afdrukken |
afdruk
- (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afdrukken
- ... dat ik afdruk.