strijd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • strijd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord strijd strijden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

strijd m

  1. een handgemeen
    Wie de strijd tussen die twee broers zou winnen was nog niet duidelijk.
  2. een militair treffen, kamp, veldslag
    De strijd tussen de Israëli en de Palestijnen is nog niet gestreden.
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
strijden

strijd

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van strijden
    Ik strijd.
  2. gebiedende wijs van strijden
    Strijd!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van strijden
    Strijd je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl