beginnen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·gin·nen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| beginnen |
begon |
begonnen |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
beginnen
- (inergatief) ~ met: voor het eerst gaan doen
- Ik wilde met het werk beginnen, maar moest eerst de juiste spullen halen.
- (overgankelijk) initiëren
- Dit project werd begonnen in 2007.
Vaste voorzetsels
- [1]: beginnen met
als eerste doen indien er iets anders volgt
- [2]: beginnen aan
gaan werken aan
Synoniemen
- [1,2] starten
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Typische woordcombinaties
- beginnen te ...
Vertalingen
1. aanvangen
2. initiëren
Zelfstandig naamwoord
beginnen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord begin