opslag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·slag
enkelvoud meervoud
naamwoord opslag opslagen
verkleinwoord opslagje opslagjes

Zelfstandig naamwoord

opslag m

  1. berging, tijdelijke plaatsing van goederen
    De meubels zijn nog in opslag, maar we kunnen ze morgen afhalen.
  2. (sport) het de lucht inspelen van de bal om deze zo in het spel te brengen
    De tegenstander liet de bal uitgaan en zo kreeg hij de opslag.