opslag
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·slag
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | opslag | opslagen |
| verkleinwoord | opslagje | opslagjes |
Zelfstandig naamwoord
opslag m
- berging, tijdelijke plaatsing van goederen
- De meubels zijn nog in opslag, maar we kunnen ze morgen afhalen.
- (sport) het de lucht inspelen van de bal om deze zo in het spel te brengen
- De tegenstander liet de bal uitgaan en zo kreeg hij de opslag.