schade
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /ˈsxadə/
Woordafbreking
- scha·de
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | schade | schaden schades |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
schade v
- geheel van beschadigingen
- De schade aan het huis na de wervelwind was aanzienlijk.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Spreekwoorden
- een blind paard kan er geen schade doen
die ruimte is helemaal leeg, er staat niets van waarde
Uitdrukkingen en gezegden
- schade toebrengen
beschadigen
- schade lijden
beschadigingen toegediend krijgen
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| schaden |
schade
- aanvoegende wijs van schaden
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.