schade

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scha·de
enkelvoud meervoud
naamwoord schade schaden
schades
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

schade v

  1. geheel van beschadigingen
    De schade aan het huis na de wervelwind was aanzienlijk.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Spreekwoorden
  • een blind paard kan er geen schade doen
die ruimte is helemaal leeg, er staat niets van waarde
Uitdrukkingen en gezegden
  • schade toebrengen
beschadigen
  • schade lijden
beschadigingen toegediend krijgen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
schaden

schade

  1. aanvoegende wijs van schaden

Meer informatie