waterschade
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
wa·ter·scha·de
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | waterschade | waterschaden, waterschades |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- schade door water veroorzaakt, met name bij het blussen van brand en door het lekken van een schip.