nadeel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- na·deel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | nadeel | nadelen |
| verkleinwoord | nadeeltje | nadeeltjes |
Zelfstandig naamwoord
nadeel o
- ongunstige eigenschap
- Het nadeel van een grote auto is vaak het grote benzineverbruik.
- verlies.
- De aandeelhouders ondervonden nadeel van de sterk gedaalde beurskoers.
Synoniemen
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
- nadeel toebrengen
benadelen