sabat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Surinaams

Woordherkomst en -opbouw
  • Eigenlijk de naam van de sabbat.

Zelfstandig naamwoord

sabat

  1. sabbat
  2. zaterdag


Dagen in het Surinaams
munde
maandag
tudewroko, dinsdag
dinsdag
dridewroko, woensdag
woensdag
fodewroko, donderdag
donderdag
freida
vrijdag
satra, sabat, sabatdei
zaterdag
sonde
zondag