sonde
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- son·de
Woordherkomst en -opbouw
Via het Franse sonder van het Latijnse subandare.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | sonde | sondes |
| verkleinwoord | sondetje | sondetjes |
Zelfstandig naamwoord
sonde, m
- (astronomie) een onbemand ruimtevaartuig
- (medisch) een instrument om voeding in vloeibare vorm toe te dienen
Synoniemen
- [1] ruimtesonde
- [2] maagsonde
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | sonde | sondes |
Zelfstandig naamwoord
sonde
Surinaams
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Engelse Sunday.
Zelfstandig naamwoord
sonde
| Dagen in het Surinaams | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| munde maandag |
tudewroko, dinsdag dinsdag |
dridewroko, woensdag woensdag |
fodewroko, donderdag donderdag |
freida vrijdag |
satra, sabat, sabatdei zaterdag |
sonde zondag |
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bezieldheid: niet geanimeerd
- Metadomein: abstract
- Astronomie in het Nederlands
- Medisch in het Nederlands
- Woorden in het Afrikaans
- Zelfstandig naamwoord in het Afrikaans
- Woorden in het Surinaams
- Zelfstandig naamwoord in het Surinaams
- Dag in het Surinaams