sonde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • son·de
Woordherkomst en -opbouw

Via het Franse sonder van het Latijnse subandare.

enkelvoud meervoud
naamwoord sonde sondes
verkleinwoord sondetje sondetjes

Zelfstandig naamwoord

sonde, m

  1. (astronomie) een onbemand ruimtevaartuig
  2. (medisch) een instrument om voeding in vloeibare vorm toe te dienen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord sonde sondes

Zelfstandig naamwoord

sonde

  1. sonde
  2. zonde


Surinaams

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

sonde

  1. zondag


Dagen in het Surinaams
munde
maandag
tudewroko, dinsdag
dinsdag
dridewroko, woensdag
woensdag
fodewroko, donderdag
donderdag
freida
vrijdag
satra, sabat, sabatdei
zaterdag
sonde
zondag
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen