rom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • rom
Woordherkomst en -opbouw
  • (Bijvoeglijk naamwoord: afkomstig van het Oudnoorse bijvoeglijke naamwoord rúmr.
  • (Zelfstandig naamwoord: [A] afkomstig van het Oudnoorse naamwoord rúm.
  • (Zelfstandig naamwoord: [B] afkomstig van het Engelse naamwoord rum.
  • (Zelfstandig naamwoord: [C] afkomstig van het Romanese naamwoord rom.
Naar frequentie 599

Bijvoeglijk naamwoord

rom

  1. ruim
Verbuiging
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

[A] rom o

  1. kamer
    «Hotellet har 31 rom, noen rom med utsikt mot Trysilfjellet.»
    Het hotel heeft 31 kamers, sommige kamers met uitzicht op de bergen van Trysil.
  2. (figuurlijk) mogelijkheid
Verbuiging
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2]: gi rom for noe
iets mogelijk maken

Zelfstandig naamwoord

[B] rom m

  1. rum (drank)
Verbuiging

Zelfstandig naamwoord

[C] rom m

  1. Roma, zigeuner
Verbuiging
Synoniemen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • rom
Woordherkomst en -opbouw
  • (Bijvoeglijk naamwoord: afkomstig van het Oudnoorse bijvoeglijke naamwoord rúmr.
  • (Zelfstandig naamwoord: [A] afkomstig van het Oudnoorse naamwoord rúm.
  • (Zelfstandig naamwoord: [B] afkomstig van het Engelse naamwoord rum.

Bijvoeglijk naamwoord

rom

  1. ruim
Verbuiging
Synoniemen
o
[A]
enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   rom     rommet     rom     romma  
o
[A]
bijvormen
enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief         romet           roma
rommi
romi  

Zelfstandig naamwoord

[A] rom o

  1. kamer
  2. (figuurlijk) mogelijkheid
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2]: gje rom for noko
iets mogelijk maken


m
[B]
enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   rom     rommen              

Zelfstandig naamwoord

[B] rom m

  1. rum (drank)
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen