marge
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mar·ge
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | marge | marges |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- opengelaten ruimte aan de rand van een bladzijde
- Er stond een een opmerking in de marge.
- overdrachtelijk de speelruimte in een bepaalde situatie
- Er is niet veel marge in deze zaak.
- (financieel) het winstpercentage van een prijs
- Een marge van 1% is niet ongewoon voor een supermarkt.
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.