capaciteit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·pa·ci·teit
enkelvoud meervoud
naamwoord capaciteit capaciteiten
verkleinwoord capaciteitje capaciteitjes

Zelfstandig naamwoord

capaciteit v

  1. vermogen, kracht om een bepaalde prestatie te leveren, bevattingsvermogen
  2. bekwaamheid, geschiktheid
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie