pedaal
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pe·daal
Woordherkomst en -opbouw
Van het Latijnse "pes" (voet)
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | pedaal | pedalen |
| verkleinwoord | pedaaltje | pedaaljes |
Zelfstandig naamwoord
pedaal m
- (techniek) met de voet te bedienen hefboom voor de bediening van apparaten, machines en (muziek-)instrumenten, het aandrijven of besturing van vaar-, voer- of vliegtuigen
- Nu vraag ik je: "Welk pedaal wordt het meest gebruikt: het gas- of rempedaal?".
- (muziekinstrument) het voetklavier van een orgel
- (muziekinstrument) een van de bedieningsorganen van een harp, pauk, piano enz.
Synoniemen
- [1] trapper
- [2] voetklavier
Antoniemen
Hyperoniemen
- [1] aandrijving
- [1,2.3] bedieningsorgaan
Afgeleide begrippen
- [1] pedaalemmer
- [2] pedaalmanuaal, pedaalklavier, voetpedaal,
- [3] pedaalvleugel, pedaalharp, pedaalpauk pianopedaal
Verwante begrippen
- [1] auto, fiets, harmonium, machine, naaimachine, legertank, vliegtuig, werktuig
- [2] klavier, orgel
- [3] drumstel, harp, hi-hat, muziekinstrument, piano, vibrafoon
Vertalingen
3. met de voet te bedienen hefboom van een muziekinstrument
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.