tank
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Lettergrepen
- tank
Zelfstandig naamwoord
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tank | tanks |
| verkleinwoord |
- tank de
- een vrij groot afsluitbaar en meestal metalen vat voor de opslag van vloeistoffen
- er zat geen benzine meer in de tank.
- een gepantserd en zwaar bewapend oorlogsvoertuig op rupsbanden
- de invoering van de tank doorbrak de stagnatie van de loopgravenoorlog

