orgel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Het orgel in de domkerk van Århus.

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • or·gel
enkelvoud meervoud
naamwoord orgel orgels
verkleinwoord orgeltje orgeltjes

Zelfstandig naamwoord

orgel o

  1. (muziekinstrument) een muziekinstrument dat bestaat uit meerdere losse pijpen waardoor lucht stroomt op een labium en dat ingedeeld wordt bij de aerofonen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Deens

Zelfstandig naamwoord

orgel

  1. (muziekinstrument) orgel.


Noors

Zelfstandig naamwoord

orgel

  1. (muziekinstrument) orgel.
Verbuiging



Nynorsk

Zelfstandig naamwoord

orgel

  1. (muziekinstrument) orgel.
Verbuiging



Zweeds

Zelfstandig naamwoord

orgel

  1. (muziekinstrument) orgel.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen