gaspedaal
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- gas·pe·daal
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gaspedaal | gaspedalen |
| verkleinwoord | gaspedaaltje | gaspedaaltjes |
Zelfstandig naamwoord
gaspedaal o
- (verkeer) het rechter pedaal van een auto waarmee de brandstoftoevoer naar de motor geregeld wordt
- Hij liet het gaspedaal los en liet zijn auto geleidelijk tot stilstand komen.