omzet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·zet

Werkwoord

vervoeging van
omzetten

omzet

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van omzetten
    ... dat ik omzet.
  2. (in een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van omzetten
    ... dat jij omzet.
  3. (in een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van omzetten
    ... dat hij omzet.