aftrek

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·trek

Zelfstandig naamwoord

aftrek m

  1. een bedrag dat ergens afgetrokken wordt.
  2. in getal verminderen.
Vertalingen

Werkwoord

aftrek

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd in een bijzin van aftrekken.
Persoonlijke instellingen
Andere talen