omzetten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /ˈɔm.zɛ.tə(n)/
Woordafbreking
- om·zet·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| omzetten |
zette om |
omgezet |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
omzetten
- (overgankelijk): van plaats doen verwisselen
- (overgankelijk): (m.b.t. geld) verwisselen met een andere geldwaarde
- (overgankelijk): veranderen