melk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • melk
Woordherkomst en -opbouw
Middelnederlands: melc
Oudnederlands: miluk
Germaans: *meluk-
Indo-Europees: *melg- («strijken, melken»)
  • Verwant in Germaans:
West: Duits: Milch, Engels: milk, Fries: molke
Noord: Oudnoors: mjolk
Deens: mælk, Noors: melk, Nynorsk: mjølk, Zweeds: mjölk; Faeröers/IJslands: mjólk
  • Andere Indo-Europese talen
Baltisch: Litouws: melzu
Italisch: Latijn: mulgere
Keltisch: Oudiers: melg
Slavisch: Russisch: молоко; Slowaaks: mliko, Tsjechisch: mléko; Oudkerkslavisch: meleko, Bulgaars: мляко, Sloveens: mleko
enkelvoud meervoud
naamwoord melk -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

melk v/m

  1. het voedzame vocht uit de melkklieren van vrouwelijke zoogdieren
  2. een witte vloeistof van andere herkomst, bijvoorbeeld van soja of kokosnoot (sojamelk resp. kokosmelk)
  3. (veeteelt), (drinken) zuivelproduct geschikt voor menselijke consumptie
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
melken

melk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van melken
    Ik melk.
  2. gebiedende wijs van melken
    Melk!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van melken
    Melk je?


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord melk -

Zelfstandig naamwoord

melk

  1. (drinken) melk