melken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mel·ken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| melken /mɛlkə(n)/ |
molk /mɔlk/ |
gemolken /ɣəmɔlkə(n)/ |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
melken
- (overgankelijk), (veeteelt) de melk uit de uier van een koe of een geit halen
- De koeien moeten nog gemolken.
- (overgankelijk) overdrachtelijk: iets nuttigs aftappen, iets uitbaten
- Het gif van deze boomslang wordt gemolken om er een tegengif van te maken.
- Hij melkt huisjes.
Vertalingen
1. (veeteelt) de melk uit de uier van een koe of een geit halen
|
|