kokosnoot
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ko·kos·noot
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kokosnoot | kokosnoten |
| verkleinwoord | kokosnootje | kokosnootjes |
Zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) een holle vrucht van de kokospalm met wit vruchtvlees en een vezelige bast
- Op Hawaï staan veel bomen met kokosnoten erin.
Verwante begrippen
- kokos, kokosboom, kokosbrood, kokosgaren, kokoskoek, kokosmakron, kokosmat, kokosmelk, kokosnotenboom, kokosolie, kokospalm, kokossuiker, kokosvlees
Vertalingen
1. een holle vrucht van de kokospalm met wit vruchtvlees en een vezelige bast
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.