lach

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lach
enkelvoud meervoud
naamwoord lach lachen
verkleinwoord lachje lachjes

Zelfstandig naamwoord

lach m

  1. een vrolijkheidsuiting door middel van het optrekken van de mondhoeken en vaak het voortbrengen van een geluid
    Na een paar lachen ging hij weer verder met zijn werk.
Gelijkklinkende woorden
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
lachen

lach

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lachen
    Ik lach.
  2. gebiedende wijs van lachen
    Lach!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lachen
    Lach je?

Meer informatie


Occitaans

enkelvoud meervoud
lach laches

Zelfstandig naamwoord

lach m

  1. melk