lepel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- le·pel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | lepel | lepels |
| verkleinwoord | lepeltje | lepeltjes |
Zelfstandig naamwoord
lepel m
- (eetgerei) een voorwerp bestaande uit een greep en een kom(metje), waarmee vloeibaar voedsel wordt gegeten
- een hoeveelheid die overeenkomt met de inhoud van een (thee- of eet)lepel
- een oor van een konijn of van een haas
- (paardensport) onderdeel van een hoofdstel bij tuigpaarden
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een voorwerp bestaande uit een greep en een kom(metje), waarmee vloeibaar voedsel wordt gegeten
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.