lepel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·pel
enkelvoud meervoud
naamwoord lepel lepels
verkleinwoord lepeltje lepeltjes

Zelfstandig naamwoord

lepel m

  1. (eetgerei) een voorwerp bestaande uit een greep en een kom(metje), waarmee vloeibaar voedsel wordt gegeten
  2. een hoeveelheid die overeenkomt met de inhoud van een (thee- of eet)lepel
  3. een oor van een konijn of van een haas
  4. (paardensport) onderdeel van een hoofdstel bij tuigpaarden
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen