kletsen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- klet·sen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| kletsen |
kletste |
gekletst |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
kletsen
- iemand een klets geven, iemand slaan
- praten, babbelen
Uitdrukkingen en gezegden
- ze kletsen wat af
Vertalingen
2. praten, babbelen
ze kletsen wat af
|
Zelfstandig naamwoord
kletsen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord klets