kletste
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- klets·te
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| kletsen |
kletste
- enkelvoud verleden tijd van kletsen
- Ik kletste.
- Jij kletste.
- Hij, zij, het kletste.
- Ik kletste.
| vervoeging van |
|---|
| kletsen |
kletste