zeepkist
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zeep·kist
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zeepkist | zeepkisten |
| verkleinwoord | zeepkistje | zeepkistjes |
Zelfstandig naamwoord
- een kist waarin zeep bewaard of vervoerd wordt
- In deze winkel kun je zeepkistjes kopen, een gewild cadeautje.
- een zelfgebouwd voertuig, oorsponkelijk een zeepkist [1] op een laag onderstel
- Het racen met zeepkisten ontstond in 1934 in Amerika en werd razand populair.
- een geïmproviseerde verhoging waarvanaf men een menigte toespreekt
- Hij stond weer aardig op zijn zeepkist te redeneren.