kalf
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kalf
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kalf | kalveren |
| verkleinwoord | kalfje | kalfjes kalvertjes |
Zelfstandig naamwoord
kalf o
- (dierkunde) (veeteelt) jong van het rund en sommige andere zoogdieren
- (bouwkunde) een horizontale dorpel of regel tussen deur en bovenlicht
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. jong van het rund en sommige andere zoogdieren.
|
|
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| kalven |
kalf
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kalven
- Ik kalf.
- gebiedende wijs van kalven
- Kalf!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kalven
- Kalf je?
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kalf | kalwers |
Zelfstandig naamwoord
kalf