kozijn

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·zijn
enkelvoud meervoud
naamwoord kozijn kozijnen
verkleinwoord kozijntje kozijntjes

Zelfstandig naamwoord

[A] kozijn o

  1. (bouwkunde) rand van een raam of deur waar de ruit of de deur in gevat is
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


enkelvoud meervoud
naamwoord kozijn kozijns
verkleinwoord kozijntje kozijntjes

Zelfstandig naamwoord

[B] kozijn m

  1. (familie) zoon van oom of tante
Synoniemen
Vertalingen