dorpel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dor·pel
enkelvoud meervoud
naamwoord dorpel dorpels
verkleinwoord dorpeltje dorpeltjes

Zelfstandig naamwoord

dorpel m

  1. (bouwkunde) het horizontale benedengedeelte van een kozijn waarop de verticale stijlen rusten
    De houten dorpel was helemaal verrot als gevolg van slecht onderhoud.
  2. (Limburg) verkeersdrempel.
    Hij vloog met zijn wagen hard over de dorpel heen.
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen