dorpel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- dor·pel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dorpel | dorpels |
| verkleinwoord | dorpeltje | dorpeltjes |
Zelfstandig naamwoord
dorpel m
- (bouwkunde) het horizontale benedengedeelte van een kozijn waarop de verticale stijlen rusten
- De houten dorpel was helemaal verrot als gevolg van slecht onderhoud.
- (Limburg) verkeersdrempel.
- Hij vloog met zijn wagen hard over de dorpel heen.
Afgeleide begrippen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.