raamwerk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- raam·werk
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | raamwerk | raamwerken |
| verkleinwoord | raamwerkje | raamwerkjes |
Zelfstandig naamwoord
raamwerk o
- (techniek) een omlijsting om werkstukken van slappe materialen (textiel) ter bewerking op te spannen
- Het raamwerk is voorzien van spieën om het doek na te spannen.
- (techniek) een lichte, open maar stevige constructie van buizen of balken waar onderdelen aan vastgezet kunnnen worden, die in een stabiele onderlinge positie moeten blijven
- (bouwkunde) een in een muur verankerde constructie van balken waarin de ramen en deuren zijn gemonteerd
- In het raamwerk is slechts één bovenlicht voorzien.
- (overdrachtelijk) een structuur die nog moet worden ingevuld, maar waarvan de begrenzing van het geheel, en het onderlinge verband van onderdelen, reeds is vastgesteld
- De commissie heeft een raamwerk als basis voor de nieuwe regeling, opgesteld.
Synoniemen
- [3] kozijn
Verwante begrippen
- [1] borduurring, kader, lijst, paneel, raam, spieraam, weefgetouw
- [2] chassis, geraamte, gestel, skelet, vakwerk
- [3] dorpel, deurkozijn, raamkozijn, post, stijl
- [4] begroting, bestemmingsplan, raming, structuurplan