regel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·gel
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Volkslatijnse *rẹgọla, klassiek regula ("lat, regel").
enkelvoud meervoud
naamwoord regel regels
verkleinwoord regeltje regeltjes

Zelfstandig naamwoord

regel m

  1. een zin in een tekst
  2. een vers in een gedicht
  3. een voorschrift, richtlijn, norm
  4. (bouwkunde) een houten lat of rib van een bepaalde afmeting
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
regelen

regel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van regelen
    Ik regel.
  2. gebiedende wijs van regelen
    Regel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van regelen
    Regel je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen