kalven
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kal·ven
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| kalven |
kalfde |
gekalfd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
kalven
- (inergatief) (veeteelt) het werpen van een jong bij runderen
- Deze koe heeft gisteren gekalfd.