kalven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kal·ven
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kalven
kalfde
gekalfd
zwak -d volledig

Werkwoord

kalven

  1. (inergatief) (veeteelt) het werpen van een jong bij runderen
    Deze koe heeft gisteren gekalfd.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen