haan

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • haan
enkelvoud meervoud
naamwoord haan hanen
verkleinwoord haantje haantjes

Zelfstandig naamwoord

haan m

  1. (dierkunde) mannelijk dier bij de hoenderachtige vogels.
    De haan kraaide ons vroeg wakker.
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen