rooster
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- roos·ter
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rooster | roosters |
| verkleinwoord | roostertje | roostertjes |
Zelfstandig naamwoord
- object bestaande uit een maasstructuur
- Het rooster op de pan voorkomt spatten.
- toestel om te roosteren
- een schema waarop aangegeven staat wat er op een bepaalde tijd gebeuren moet
- (kristallografie) een structuur met translatiesymmetrie, gewoonlijk in drie dimensies
Afgeleide begrippen
Vertalingen
4. een structuur met translatiesymmetrie, gewoonlijk in drie dimensies
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| roosteren |
rooster
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van roosteren
- Ik rooster.
- gebiedende wijs van roosteren
- Rooster!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van roosteren
- Rooster je?
Engels
Uitspraak
- Geluid: rooster (VS) (hulp, bestand)
- IPA: /ˈruːstə(r)/
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| rooster | roosters |
Zelfstandig naamwoord
rooster