rooster

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • roos·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rooster roosters
verkleinwoord roostertje roostertjes

Zelfstandig naamwoord

rooster m/o

  1. object bestaande uit een maasstructuur
    Het rooster op de pan voorkomt spatten.
  2. toestel om te roosteren
  3. een schema waarop aangegeven staat wat er op een bepaalde tijd gebeuren moet
  4. (kristallografie) een structuur met translatiesymmetrie, gewoonlijk in drie dimensies
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
roosteren

rooster

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van roosteren
    Ik rooster.
  2. gebiedende wijs van roosteren
    Rooster!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van roosteren
    Rooster je?

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Engels

A close-up of rooster 15.JPG
Uitspraak
enkelvoud meervoud
rooster roosters

Zelfstandig naamwoord

rooster

  1. (vogels) haan
Synoniemen