haantje
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- haan·tje
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | - | - |
| verkleinwoord | haantje | haantjes |
Zelfstandig naamwoord
haantje o dim. tant.
- (voeding), (tweekleppigen) Cerastoderma edule
een schelpdier dat wel als voorafje gegeten wordt in mosselrestaurants
- Wilt u wat haantjes vooraf?
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord haan