haantje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • haan·tje
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord haantje haantjes

Zelfstandig naamwoord

haantje o dim. tant.

  1. (voeding), (tweekleppigen) Cerastoderma edule Wikispecies-logo-en.png een schelpdier dat wel als voorafje gegeten wordt in mosselrestaurants
    Wilt u wat haantjes vooraf?
  2. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord haan
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

haantje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord haan