ellende

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • el·len·de
enkelvoud meervoud
naamwoord ellende ellenden, ellendes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ellende v/m

  1. armoedige, beklagenswaardige omstandigheden die zorgen voor lijden en verdriet
    Hij wil politieke munt slaan uit andermans ellende.
    De aardbeving veroorzaakte veel ellende.
  2. rampspoed, tegenslagen
    Door alle ellende die we meemaakten is ons huwelijk gestrand.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen