dotter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • dot·ter

Zelfstandig naamwoord

dotter m

  1. (familie) dochter.
    «Dei har ein son og to døtrer
    De heeft een zoon en twee dochters.
  2. (sociologie) vrouwelijk persoon uit dezelfde geboortestreek of oorsproong.
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   dotter     dottera     døtrer     døtrene  
genitief   dotters     dotteras     døtrers     døtrenes  
Antoniemen
  • son
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

[1] mor og dotter

  • Moeder en dochter.

[2] ei dotter av si tid

  • Een dochter van zijn tijd.


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • dot·ter

Zelfstandig naamwoord

dotter g

  1. (familie) dochter
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   dotter     dottern     döttrar     döttrarna  
genitief   dotters     dotterns     döttrars     döttrarnas  
Afgeleide begrippen