schoondochter
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- schoon·doch·ter
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | schoondochter | schoondochters |
| verkleinwoord | schoondochtertje | schoondochtertjes |
Zelfstandig naamwoord
schoondochter
- (familie) de vrouw van een zoon of dochter
Verwante begrippen
Vertalingen
1. de vrouw van een zoon of dochter