object
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ob·ject
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | object | objecten |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
object o
- voorwerp dat fysiek bestaat
- (grammatica) voorwerp
- (filosofie) entiteit die behandeld wordt en waarvan het bestaan onafhankelijk wordt geacht van het subject
- (informatica) in objectgeoriënteerd programmeren: een component die gegevens en/of programmacode bevat
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. voorwerp
2. grammaticaal voorwerp
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Engels
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| object | objects |
Zelfstandig naamwoord
object
- voorwerp, object
- grammaticaal voorwerp
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to object |
| he/she/it | objects |
| verleden tijd | objected |
| voltooid deelwoord |
objected |
| onvoltooid deelwoord |
objecting |
| gebiedende wijs | object |
Werkwoord
object
- protesteren, bezwaar maken, zich verzetten