object

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
  • IPA ˈɔpjɛkt, ɔpˈjɛkt

Lettergrepen
ob·ject

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord object objecten
verkleinwoord
object o (het ~)
  1. voorwerp dat fysiek bestaat
  2. (grammatica) voorwerp
  3. (filosofie) entiteit die behandeld wordt en waarvan het bestaan onafhankelijk wordt geacht van het subject
  4. (informatica) in objectgeoriënteerd programmeren: een component die gegevens en/of programmacode bevat

Synoniemen

Afgeleide begrippen

Vertalingen
  • 1 voorwerp
  • 2 grammaticaal voorwerp
  • 3 filosofische entiteit
  • 4 informaticacomponent

Meer informatie

Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen