afdingen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·din·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afdingen |
dong af |
afgedongen |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
afdingen
- (inergatief) ~ op: door onderhandelen een prijs omlaag zien te krijgen
- We hebben op die markt flink af staan dingen.