bunzing

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een bunzing.

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bun·zing
enkelvoud meervoud
naamwoord bunzing bunzingen,
bunzings
verkleinwoord bunzinkje bunzinkjes

Zelfstandig naamwoord

bunzing m

  1. (dierkunde), (zoogdieren), (roofdier) Mustela putorius, klein marterachtig, behendig roofdiertje
    De bunzing gaat bij de jacht vooral op zijn neus en oren af.
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Stinken als een bunzing.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen