pen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pen pennen
verkleinwoord pennetje pennetjes

Zelfstandig naamwoord

pen v/m

  1. (teken- en schrijfmateriaal) instrument om met inkt te schrijven of te tekenen
  2. (teken- en schrijfmateriaal) dat gedeelte van een vulpen waarmee de inkt over het papier verdeeld wordt
  3. (biologie) lange, stevige veer van vogels
  4. dunne staaf om in of door iets te steken
Synoniemen
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
pennen

pen

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pennen
    Ik pen.
  2. gebiedende wijs van pennen
    Pen!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pennen
    Pen je?

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
pen pens

Zelfstandig naamwoord

pen

  1. pen
  2. hok, kooi


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • pen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Frans.

Bijvoeglijk naamwoord

pen

  1. mooi, knap, netjes
    «I dag den siste mai er det spådd pent vær og stigende temperatur.»
    Vandaag, in de laatste dag van mei, worden er mooi weer en stijgende temperaturen voorspeld.
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud pen penere penest
o enkelvoud pent
meervoud pene
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
pene penere peneste



Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • pen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Duits.

Bijvoeglijk naamwoord

pen

  1. mooi, knap, netjes
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud pen penare penast
o enkelvoud pent
meervoud pene
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
pene penare penaste



Welsh

enkelvoud meervoud
pen pennau

Zelfstandig naamwoord

pen m

  1. (anatomie) hoofd